Eva's portrait of the Digital Study Coach Digitale StudieCoach
Studie flow
Drie condities die ‘studie flow’bevorderen

duidelijke doelen
merkbare resultaten
een uitdagend niveau dat je aankunt

Productiviteit en voldoening zijn wetenschappelijk onderzocht. Uit onderzoek, naar wat ‘flow’ wordt genoemd, blijkt dat er drie samenhangende condities zijn te formuleren, die bevorderen dat iemand met aandacht met een activiteit bezig is en na afloop voldoening voelt. Dit blijkt op een breed gebied te gelden van bijvoorbeeld berg beklimmen tot het schrijven van een roman. Deze condities lijken ook productief en aandachtig studeren te stimuleren en brengen een proces op gang wat je 'studie flow' zou kunnen noemen. Het is dan net of het studeren vanzelf gaat en er een stroom van activiteiten op gang is gekomen. Deze drie condities zijn: duidelijke doelen, snelle feedback op de voortgang van de activiteit (prestaties) en een taak die uitdagend is omdat iemand die taak net aan kan.

1. Duidelijk en haalbaar doel
De eerste conditie is dat er sprake moet zijn van een activiteit die een duidelijk en haalbaar doel heeft, want als er geen doel is, dan weet je niet of je op de goede weg bent en blijft het onduidelijk of je deze taak aankunt. Voor studieactiviteiten houdt dat in dat er concrete en haalbare subdoelen geformuleerd moeten worden. 'Ik ben van plan aan mijn verslag te gaan werken' voldoet absoluut niet aan deze voorwaarde. Een studietaak is echter altijd te splitsen in kleinere subtaken. 'Vandaag maak ik een allereerste versie van een overzicht van theorieën over uitstellen' komt al meer in de buurt. Beter is 'Vanmorgen maak ik eerste een lijstje van theorieën, noteer steekwoorden uit deze theorieën en begin aan een ruwe schets van het overzicht'. Soms is het nodig om per uur concrete doelen op te stellen.

Ook de uitspraak 'Vandaag ga ik hard werken' levert geen duidelijk doel op, maar ' Vandaag ga ik 40 pagina's goed bestuderen en daarna maak ik de vragen uit het boek', of' Vanmorgen bespreek ik de eerste opzet van een verslag met de docent' is al een stuk concreter. Vaak is het nodig om per dagdeel ('Vanmiddag maak ik het laatste deel van het verslag af') of per uur ('Van 9 tot 10 lees ik 2 hoofdstukken door om mij te oriënteren ') een duidelijk doel vast te leggen.

Hoe is dat voor jou? Studeer je met duidelijke en haalbare doelen? Kruis dit vakje aan als dit punt voor jou van extra belang is.
2. Feedback: merkbare resultaten
De tweede conditie is dat er een herkenbaar resultaat moet zijn van de bezigheid en dat resultaat moet na niet al te lange tijd merkbaar zijn. Het gaat om kleine stapjes waarvan je weet dat ze je dichter bij je doel brengen. Ook wanneer het tentamen ver weg is, kun je altijd merken of er vooruitgang is. Je schiet een aantal pagina's op, een theorie begrijp je beter, of de vraag van een oud tentamen kun je beantwoorden. Dit geeft een gevoel van voldoening waardoor je bezig blijft.
Een uitspraak als 'Die scriptie moet af' helpt niet om met aandacht te werken, want het eindresultaat is ver weg en je merkt niet of je opschiet. Maar 'Vandaag maak ik de literatuurlijst af' is waarschijnlijk wel haalbaar en het resultaat is in een niet al te lange tijdsperiode merkbaar.

Actief studeren is een ander voorbeeld van feedback over wat je doet. Door jezelf vragen stellen ('Waar gaat dit over?'), samen te vatten, of met anderen de stof te bespreken toets je of je de pagina's die je hebt bestudeerd ook begrijpt. Zinloos geploeter wordt dan productief studeren met begrip en voldoening. Deze feedback heb je nodig!

Hoe is dat voor jou? Studeer je zo dat er duidelijke feedback is met merkbare resultaten? Kruis dit vakje aan als dit punt voor jou van extra belang is.
3. De uitdaging aan kunnen
De derde conditie is dat iemand al zijn aandacht voor de taak nodig heeft en daarbij niet bang is voor mislukking. Taken die te gemakkelijk zijn leiden tot verveling (‘onderbelasting’), maar taken die iemand niet aan kan leiden tot vrees voor mislukking (‘overbelasting’). Het gaat dus om een evenwicht vinden tussen vaardigheden en capaciteiten enerzijds en de uitdaging van de taak anderzijds.
Taken die net iets zwaarder zijn dan de capaciteiten en vaardigheden van degene die de taken uitvoert zodat deze persoon al zijn vermogens moet inschakelen, met andere woorden een uitdaging die iemand net aankan, houden de aandacht op een plezierige manier bij het (studie)werk. Het lijkt dan vanzelf te gaan, maar in feite is er sprake van een proces dat zichzelf versterkt: je bent met inzet bezig, je merkt dat het goed gaat en dat versterkt de betrokkenheid. Het eindresultaat is op dat moment niet eens zo belangrijk, want het is de ervaring van het actief bezig zijn die telt.

Externe invloeden
De opleiding schrijft in hoge mate de studietaken voor waar een student mee heeft te maken. Een student kan slechts in beperkte mate zelf bepalen welke taken moet worden uitgevoerd. Dat maakt het soms moeilijk om een goed evenwicht tussen vaardigheden en de uitdaging van de taak te vinden. Er zijn nu eenmaal studieonderdelen waarbij noodzakelijke basiskennis moet worden geleerd, die weinig intelectuele uitdaging oplevert. Ook zullen er studieonderdelen zijn die uitgesproken zwaar zijn en waarbij iemand zal moeten aanvaarden in dit vak niet zo goed te zijn. Er zit dan niets anders op om met extra inzet, (raadpleeg actief studeren) en het bespreken van de moeilijkheden met docenten en medestudenten op een niveau te komen dat 'goed genoeg' is voor het tentamen.

Hoe is dat voor jou? Moet je zeer veel studeren? Kruis dit vakje aan als dit punt voor jou van extra belang is.

Hoe is dat voor jou? Is de studie zeer moeilijk? Kruis dit vakje aan als dit punt voor jou extra van belang is.

'Interne' invloeden
Het vinden van een evenwicht tussen vaardigheden en de uitdaging van de taak kan ook worden bemoeilijkt doordat het oordeel over de zwaarte van de taak en over de eigen capaciteiten en vaardigheden grotendeels subjectieve schattingen zijn. Overschatting en onderschatting zijn hierbij mogelijk.
Iets snel opgeven want 'Het lukt toch niet', of 'Ik heb er nu geen zin in; ik doe het morgen wel' is meestal niet verstandig. Maar pas ook op voor doorgaan met iets wat echt niet lukt terwijl je dat zelf ook wel beseft. Vergeefs zwoegen kan soms veel voldoening geven ('Kijk mij eens even hard werken'), terwijl dit geploeter niet productief is. Probeer helder te krijgen wat er niet lukt en waardoor dat komt. Zoek een andere manier om het probleem aan te pakken. Vraag zonodig raad aan anderen, pauzeer of ga iets anders doen.
Ook overschatting van de eigen capaciteiten en vaardigheden en onderschatten van de eisen van de taak werken slecht uit. Er zijn situaties waarin dit zelfs gevaarlijk is (bijvoorbeeld bergbeklimmen) en bij studeren leidt dit 'onrealistisch optimisme' vaak tot mislukken in de studie. Wie vaak oordeelt 'Het is nog niet nodig om te beginnen', 'Ik mik op de hertentamens' en 'Ik ga gewoon door, dat lukt mij best' speelt een riskant spel. De uitstelsmoezen pagina's staan vol met dit soort verhalen.
Van jezelf eisen dat je iets moet kunnen, werkt vaak slecht omdat je geen realistische afweging maakt. Iedereen heeft zijn grenzen, bijvoorbeeld wat betreft belastbaarheid en er zijn activiteiten waar je (nog) niet de capaciteiten en vaardigheden voor hebt. 'Moeten' levert zelden kwaliteit en voldoening op, maar een uitdaging die je aankunt wel.
Hoe is dat voor jou? Onderschat jij jouw capaciteiten? Kruis dit vakje aan als dit punt voor jou van extra belang is.

Hoe is dat voor jou? Overschat jij jouw capaciteiten? Kruis dit vakje aan als dit punt voor jou van belang is.

    
Meer informatie en tips nodig? Raadpleeg de website Studieondersteuning, Universiteit Leiden.
Overzicht studeren met aandacht
Robert M. Topman, Studentenpsycholoog b.d., Universiteit Leiden